Genealogie de Boer Zaanstreek Waterland



Afbeelding
Jan Simonsz en NN




Man Jan Simonsz

        Geboren: 
        Gedoopt: 
      Overleden: 
       Begraven: 
       Huwelijk: 



Vrouw NN

        Geboren: 
        Gedoopt: 
      Overleden: 
       Begraven: 


Kinderen
1 M Cornelis Jansz Honig

        Geboren: 1610 - Zaandijk
        Gedoopt: 
      Overleden: 1668
       Begraven: 
        Partner: Grietje Simonsd Prins




Afbeelding
Jacob Voogt en NN




Man Jacob Voogt

        Geboren: 
        Gedoopt: 
      Overleden: 
       Begraven: 
       Huwelijk: 



Vrouw NN

        Geboren: 
        Gedoopt: 
      Overleden: 
       Begraven: 


Kinderen
1 M Dirk Jacobsz Voogt

        Geboren: 
        Gedoopt: 
      Overleden: 
       Begraven: 
        Partner: Grietje Arendsd
            Huw: 3-5-1693 - Zaandam-West




Afbeelding
NN en Geertruij Gerritsd Moerbeek




Man NN

        Geboren: 
        Gedoopt: 
      Overleden: 
       Begraven: 
       Huwelijk: 



Vrouw Geertruij Gerritsd Moerbeek




        Geboren: 
        Gedoopt: 1-8-1792 - Haarlem
      Overleden: 29-11-1837 - Amsterdam
       Begraven: 


          Vader: Gerrit Johannesz Moerbeek (1767-1802)
         Moeder: Catharina Brakenburg (1763-1806)



 Andere partner: Johannes Johannesz Verbrugge - 23-5-1827 - Amsterdam


Kinderen
1 M Bernardus Moerbeek

        Geboren: 15-8-1816 - Haarlem
        Gedoopt: 17-8-1816 - Haarlem
      Overleden: 4-2-1817 - Amsterdam
       Begraven: 




Algemene notities: Vrouw - Geertruij Gerritsd Moerbeek

naam:Moerbeek, Truitje
leeftijd:28
geboorteplaats:Haarlem
inschrijvingsdatum:1825
instelling:Buitengasthuis
afdeling:Vrouwen Venerisch

naam:Moerbeek, Geertrui
leeftijd:44
geboorteplaats:Haarlem
inschrijvingsdatum:1837
instelling:Buitengasthuis
afdeling:Vrouwen Krankzinnigen


Dan waren er de speelhuizen: De Aanleg, in de Schoolsteeg - De Drie Lootsen op de Botermarkt - De Halve Maan in de Morinnesteeg - De Pijl in de Wijngaardstraat, later in de Nieuwe Kruisstraat - Voorts een zonder naam, het speelhuis van vrouw Capitein in de Jansstraat, later verhuisd naar de Spaarnwouderstraat, weer later naar de Koudehorn.
Deze speelhuizen waren niets anders dan gewone tapperijen waar muziek gespeeld werd. Maar als extra attractie waren er meisjes van plezier, van wier diensten de bezoeker eventueel gebruik kon maken.
Uit de adressen blijkt wel, dat het maar povere gelegenheden waren. In Drie Lootsen hield ook een ronselaar zitting. Op 7 december 1813 is er een klacht dat in één der voornaamste straten, zijnde de Jansstraat, zich een speel- en hoerenhuis bevindt. Op die stand is dat onbehoorlijk en aanstotelijk. De waardin wordt gelast, als zij dat bedrijf wil voortzetten, naar een buurt te gaan, die daar meer geschikt voor is. Dat ook meer gegoeden deze speelhuizen bezochten, blijkt uit een beroving in De Halve Maan. Een klant mist daar na een aangenaam uurtje een zilveren horloge met ketting en cachet, als mede een paar zilveren gespen.
Wie in dit verpauperde stadje zo opgedoft een ordinair bordeel instapt, moet of een grote wind- buil, of een onnozele hals zijn geweest. Of wellicht een ,,buitenman"?
In februari 1815 waarschuwt de militaire commandant dat er onder de militairen een besmetting van schurft heerst. Opgelopen in de speelhuizen.
De speelhuishouders wordt verzocht, wanneer een der vrouwlieden besmet mocht zijn van schurft of venusziekte, deze vrouwen niet weg te zenden, maar het stadsbestuur te waarschuwen. Zij kunnen dan in het Buitenhuis een behandeling ondergaan. Terwijl die vrouwlieden desniettemin verplicht zijn, zich van een kaartje, aan de publieke vrouwen gegeven wordende, te voorzien en zich aan het daaraan verder verbondene te onderwerpen.
Een maand lang gebeurt er verder niets. Tot de commandant nog eens aandringt op desinfectie van de tappershuizen. Dan worden op 13 maart 1815 een zevental meisjes naar het Buitenhuis gestuurd, alle om schurftheid. Zij worden door middel van een zalfkuur, de nieuwe ,,proet" genezen. Een dag later worden zes alweer naar hun logementen teruggestuurd. Een zevende bleek venerisch en bleef nog twee maanden onder behandeling. -
In oktober 1816 wordt gevraagd om vier slechte vrouwen de stad te mogen laten uittrommelen, wijl die de oorzaak zijn van vele ongeregeldheden en ruzie des nachts in de speelhuizen. Er wordt besloten hen dadelijk de stad uit te leiden, met de aanzegging, dat zij bij terugkomst alhier uitgetrommeld zullen worden.
Uittrommelen was het met politiegeleide uit de stad voeren, een tamboer met slaande trom voorop en een joelende menigte er achter. Een volksvermaak dus! -
Armlastige, ongehuwde moeders droegen de schande van het ongehuwde moederschap openlijk mede naar de diaconale brooduitdelingen. Hun broodbrief was, in afwijking van de anderen, felrood gekleurd.

TIJDSBEELD

29-7-1811
Ingekomen een missive van de Maire waarin aan bestuurders van armenkantoren wordt
medegedeeld dat aan de buitenarmen geen broodbedeling meer mag geschieden.
Nadat deze missive met de grootste aandoening is aangehoord wordt besloten:
Een commissie te benoemen die dit met regenten van de andere arm-kantoren zal opnemen.
Benoemd worden de Brs. Boerse en Moerbeek.
Gem. Archief Haarlem, archief Diaconie, 20 k.
3-12-1811
Ter gelegenheid van het bezoek van de Keizer geeft deze 6.000 francs voor de armen.
Hiervoor zullen aardappelen gekocht worden ter uitdeling.
Gem. Archief Haarlem, archief Diaconie, 20 k.

In het weeshuis werd ,,ontucht" gestraft met wegjagen uit het huis of overbrenging naar het tuchthuis. Een weesmeisje bijv. werd wegens ,,wangedrag" uit het huis gezet, als hebbende een kind gekregen bij een getrouwd man. -
In september 1816 richten bestuurders van de diaconie een brief aan de burgemeesters, waarin zij schrijven, dat tengevolge der sinds ettelijke jaren toegenomen armoede en zedeloosheid vele ouders met de noorderzon vertrekken, hun kinderen onverzorgd achterlatende. Andere ouders proberen, door hiermede te dreigen, hogere uitkeringen af te dwingen. -
Wie de stad wilde verlaten per trekschuit, kon elk uur naar Amsterdam. In de zomertijd reeds
om 4 uur 's morgens, de laatste schuit 7 uur 's avonds.
Naar Leiden om de twee uur. De eerste schuit 's morgens om 6 uur, de laatste 's namiddags 6 uur.
Tarief: 9 stuivers en 4 duiten. In de roef 13 st. en 3 d. -
De stadspoorten gingen bij zonsopgang open en bij zonsondergang dicht. Wie na het sluiten der poort naar buiten of naar binnen wilde, betaalde 30 stuivers.
In dit Haarlem leefden met nog enkele andere familieleden: Jan de turfdrager en onze drie wezen: Geertrui, Jacobus en Hendrik.
Noten:
1) Een van de vruchten van de Bataafse Republiek was de gelijkheid van alle burgers, ook in de uitoefening van hun godsdienst. Misschien veronderstelden de calvinisten, dat na het vertrek der Fransen de klok wel weer zou worden teruggedraaid en verdachten zij de roomsen ervan hun verkregen vrijheid door tegenwerking van het nieuwe bewind te gaan verdedigen. Vandaar het gerucht. 2) Sekreet is afgeleid van het Franse woord ,,secret", is geheim (gemak), of wel poep-emmer.
(Kee van Egten zegt in Kaantjes braden, Apeldoorn 1975: ,,De muren, de bedden, de kleren, alles ruikt naar de emmer.")
3) De moeder en de zuster van Koning Willem 1, resp. prinses Wilhelmina,wel bekend van de Goejanverwelle sluis en prinses Louise, hertoginweduwe van Brunswijk, die respectievelijk in het Paviljoen en in het buiten Zorgvliet woonden.
Bronnen:
F. Messing in Haarlem en zuid Kennemerland in 19e eeuwse foto's. Amsterdam, 1975
G.M. Nieuwenhuis, De stad aan het Spaarne, blz. 235,Amsterdam, 1946
Alg. Rijksarchief, Den Haag: Militaire stamboeken, 1817. Stadsbibliotheek 1Haarlem: Haarl. almanak 1815
Gemeente Archief Haarlem:
Notulen Prov. kamer van Polltie 1813 - 1815. Nw. arch. no 12
Notulen Burgemeesters 1816 Nw. arch. no 14
Notulen Diaconiehuis, 1801 - 1815,20 i,j, k.
Lijst van weggelopen kinderen. Arch. Burgerweeshuis, 202

TIJDSBEELD

Hulp of Hongerdood
Landgenoten! Dagelijks zien wij velen van onze dorpsgenoten door gebrek aan levensmiddelen vermageren en wegkwijnen, en sommigen op hun legersteden de hongerdood tegemoet gaan. God geve! Dat de dood van enigen niet reeds het gevolg ware van gebrek aan genoegzaam voedsel. Uit honger verkoopt men de klederen, waarmede men zich dekken, de bedden, op welke men slapen, en de gereedschappen, met welke men het brood verdienen moet. Deze grote ellende heeft zijn oorzaak in het gemis van aardappelen, die in de winter, voor de geringe klasse, bijna het enige voedsel zijn, en in het vorige jaar hier weder geheel mislukten.
Uw hulp vragen is behoefte voor onze harten. Elke liefdegave ons toegezonden, zal besteed worden, om de hongerigen te verkwikken.
Zuilichem bij Z. Bommel
8 februari 1847
JA. Carlier, Predikant
J.C. Klop, Burgemeester
Opr. Haarl. Crt 16-2-1847.


Startpagina | Inhoudsopgave | Achternamen | Naamlijst

Deze webpagina werd gemaakt op 1-6-2017 met Legacy 8.0 van Millennia